Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der Nederlanden. 4é3

tèrij van Nieuwmegen, moesteen gedeelte zijns Legers van ftand doen veranderen. Geweldig fpeethet Maurits, toen geen meer manfchaps bij zich ie hebben, dewijl dan het ander gedeelte des vijandlijken Legers voor hem te zwak zou gevallen zijn (*).

Mendoza, onderrigt, dat 'er, dien Winter, weinig fh'eeuws gevallen was op het Alpifche Gebergte, en dat dus het water van den Rhijn, die in dat Gebergte ontfpringt, niet te hoog zou zwellen, om de Bommelerwaard met voordeel aantetasien, vaardigde eenig Krijgsvolk daar heen. Hij bleef voor Schenkenfcham, om Maurits door dat beleg op den tuil te houden. Maar de Nederlandfche Veldheer, wiens werkzaamheid het bezwaarlijk viel te verkloeken, kreeg kundfchap van deezen toeleg , en begaf zich na Bommel. Gelukkig hadden de Vijanden , in plaats van rechtftreeks op die Stad aantetrekken, zich opgehouden bij de Voornerfchms , die zij, vrugfioos,' zogten te verrasfen ; en , Bommel laatende liggen , waren zij aangevallen op het Huisde/en de Schans Crevecceur, beiden, naa kleinen tegenltand, bemag. tigd. Terwijl zij den tijd fpilden met deeze geringe vermeefteringen, belteedde Maurits denzelven , om Bommel met den uiterften fpoed te verfterken. Deeze Stad was te klein , Om eene groote Bezetting te legeren ; de aangevangene Vestingwerken lagen nog onvoltooid. Maurits deedt buiten de Stad eene

Ver-

(*) Reyd, XVI. B. bl. 379- 380. Groth Hifi. p. 354»

K 2

Maurjts,

Bommel

door

Maurits

heerlijk

verdee-

digd.

Sluiten