Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ber. NEDERLANDEN. 4S1

Guldens afbreuk deeden. In deezervoege ging het belang van bijzondere Perfoonen en dat van den Staat hand aan band: en men hieldt fteik aan, om den Oorlog in Vlaanderen te voeren, en met het aantasten van Duinkerken een aanvang te maaken. . Willem Lodewijk , Stadhouder van Friesland en Gro* 1 ningen, verzette zich hier tegen met de onder 'toog brenging van de gevaaren , aan zulk eenen toeleg verknogt; doch de Zeeuwen drongen, bovenal,aan, dat het, naa voor de veiligheid van Holland en deomliggende Gewesten gezorgd te hebben , zeer onregtmaatig was, Zeeland aan den Vijand bloottelaaten (*).

Men befloot tot den Tocht, 't WeKlaagen hing, grootendeels, af van geheimhouding en fpoed. Op 't Eiland Walcheren was de verzamelplaats der Krijgsbenden : tegenwind noodzaakte de koers na Oostende te neemen , met oogmerk , om die Stad, ingeflooten doorzeven kleine Schansfen, te ontzetten en Nieu-.vpoort te belegeren. De Krijgsmagt, ten getale van twaalfduizend Voetknegten en drieduizend Ruiters, kwamen, zonder eenigen tegenweer te ontmoeten, aan land. De Afgevaardigden der Algemeene Staaten, met het Leger medegezonden . begaven zich na Oostende , om daar te veiliger te weezen. Vrugtloos was de aanzoek, bij die van Gent

en

(*) Refil. Holl. iöoo. bl. 110.113. i icT. 118. Reïd, XVII. B. bl. 426.

L 3

Maurits.

Sluiten