Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ber NEDERLANDEN. 495

Voorregten, maar verfchoonden zich ook door hun onvermogen : de laatstverloopen jaaren hadden fchaars en nadeelig geweest voor den Landman , en de Burger zat zonder neering. 't Schijnt in de daad, dat de HandeJ zich toen voornaamlijk tot Holland en Zeeland bepaalde: deeze Gewesten werden rijk, terwijl de anderen verarmden. Deeze jalouzy vermeerderde de hardnekkigheid der Groningeren, welke zo verre ging , dat de Raadkamer des Landfchaps geflooten, en de Regeering te Groningen acht weeken werkloos bleef.

Niets, door alle de aangewendde middelen , vorderende, gaven de Staaten bevel, om een Kasteel te Groningen te bouwen, en werd hier mede daadlijk een begin gemaakt. De Burgemeefter Jacob Alting , de Penfionaris Houslin , en Joost van Kleevk , de fterkfie Yveraars onder de Regenten, die , vermids zij onder de Spaanfche Regeering Eallingen geweest waren, meenden , dat hun nu alles vrijflondt, werden na 's Gravenhaage opöntbooden, en gingen derwaards. Zij vertoogden den Staaten, dat het oprichten van een Kasteel een volflage inbreuk was op 't Verdrag des jaars MDXCV, bij het toetreeden tot de Unie aangegaan; dat men ze nooit geduld hadt in Vrije Steden, en, bovenal, niet in Groningen, waar de Burgers meermaa'len zulk een werktuig van dwinglandij verdelgd hadden. Zij verklaarden, nog niets anders dan redenen ingebragt te hebben tegen de eifchen der Staaten , en bellooten met belofte van zich aan de belasting te zuilen onderwerM a pen.

Mauwt*

Sluiten