Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN.

3

Gemeenebest geweigerd te hebben, 't zelve aan de keten van verpligtende verbintenis wilden klinken.

De Engelfchen begonnen met een naijverig en nijdig oog den aangroeijenden Koophandel der Veréènigde Gewesten aantezien , en hielden ze in eene foort van onderwerping , door middel van de Plaatzen , tot verzekering ingeruimd; aan het Turkfche Hof beroemden zij zich, dat deeze Landen een gedeelte van bet Groot - Brittmnnifche Rijk uitmaakten (*). 't Is waar, dat Tacobus de ï. den fcepter zwaaide met een zwakke hand , en dat het gezigt van een ontbloote Degen hem met vreeze vervulde ; doch Engeland was ontzaglijk geworden door de verééniging met Schotland, als mede door den bloei der Handwerken en de uitbreiding der Zeevaart, begunstigd door de Vredesgezindheid des Konings.

Hendrik, de IV. zag met geen onverfchillig oog de meerderheid , welke Engeland in de FerèènigdeGewesten verkreeg, en voorüit , dat de éénftemmigheid in Godsdienstbelijdenisfe , en de verbintenisfen , welken daar uit konden ontftaan, niet weinig ftrekten, om dezelve te vergrooten : deeze meerderheid zogt hij, derhalven, opteweegen, of te vernietigen, door eenen irerkeren invloed in het Gemeenebest te verkrijgen (f). Deeze groote Vorst, onderfteund door verlichte Staatsdienaaren en de bereidvaardigheid zijner Onderdaanen, hadt , binnen het

be-

(*) Negotiat. de Jeannin , Tom. IV. p.150. (t) Lett. de Villeroi 24 Mars 1603.

A a

Maurits.

Sluiten