Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10

GESCHIEDENIS

Gefchil over de Wapens der ZeventienGewes* ten.

Maurits,

de Vrijheid en Onafhanglijkheid deezer Landen. Oldenbarneveld , die meest het woord voerde, betuigde zeer uitdruklijk het vast befluit , om zich tot geene behandeling van eenig Huk intelaaten, voor dat dit in de itelligfte bewoordingen gefchied was. Men flondt dien eisch toe. Richardot verklaarde : Gij moogt , wij zullen 'er ons niet tegen aankanten , indien 'i u behaagt, zelfs een Koningrijk zijn (*).

Geduurende de Onderhandeling, liet één der Afgevaardigden van de Staaten het oog vallen op het Zegel, hangende aan den Lastbrief der Aardshertoglijke Gevolmagtigden , en zag , het nader befchouwende, dat de Wapens der Zeventien Nederlandfche Gewesten 'er op ge.lrukt Honden. Hij beklaagde zich hier over, zeggende , dat mendoorzulk een Zegel nog eenig regt fchèen te willen behouden over deeze Landen, en vorderde, dat men die Wapens zo wel achterwege liet, als men uit de Voln;a°t de Naamen gelaaten hadt. Deeze eisch werd hard geoordeeld door Richardot. Hij bragt, ter verdeediging van dit Zegel, bij 't gewoon gebruik der Vorften, om de Tijtels te behouden derLai,den, op welken zij regt gehad hadden ; hoe de Koning van Spanje den tijtel voerde van Koning van Jerufalem, en de Koning van Engeland dien van Koning van Frankrijk. Het voegde geen Staat, die de Onafhanglijkheid door opftaud verkreegen hadt, zich

een

(*) Grötii Hitl. p. 533»

Sluiten