Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

98

GESCHIEDENIS

maur1t3.

„ perfoon en gedrag , zouden moeten aangeeven, „ terwijl zij , die dit niet gedaan hadden, geban„ nen, of zwaarder geirraft zouden worden."

De Gezant befloot zijn Vertoog met deeze merkwaardige taaie: „ Gij ziet, mijne Heeren, dat'sKoj, nings verzoek, ten voordeele der Catholijken, op „ zo weinig uitkomt, dat het toeftaan van 'tzelve u „' geen fchijnbaar nadeel kan toebrengen. Zij zullen ,', 'er nogthans grooten troost uit ontvangen, Zij „ zullen'er u, altoos , voor verpligt zijn. Hunne zugt „ tot de behoudenis en voorfpoed van uwen Staat „ zal 'er vaster en betlendiger door worden. Zijne ' Majefleit zal u des ook grooten dank weeten, en " oordelen, dat gij een goed en wijs befluit genoZ men hebt. Doet gij het tegendeel, hij zal altoos vreezen , dat uwe weigering de gemoederen der „ Catholijken van u zal vervreemden , en veroorzaa„ ken , dat zij of het Land ruimen, of nogfnooder „ en gevaarlijker maatregels neemen. Hij vermaant „ hun, egter, geduldig te draagen, 'tgeen gijgoed„' vindt te beveelen, zonder iets te onderneemen , „ 't welk de rust en veiligheid van uwen Staat zou kunnen ftooren, hun, van zijnen kant , verklaa., rende, dat zij, anders bandelende, eerderflraffe, „ dan zijne gunst en hulpe, waardig zullen geoor„ deeld worden (*)."

Op dit klemmend Vertoog, pleitende voor de Regten der Menschlijkheid, vonden de Staaten niet goed

te

(*) Negotiat, de Jeannin , Tom. IV. f>. 217.

Sluiten