Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dèr NEDERLANDEN. 131

Oemagtigden fiurgemeeders en Schepenen verkooren. Verfcheiden der onrflaagen Vroedfchappen waren vooraf reeds na den Haag gereisd , om zich te verdeedigen, en te wege te brengen , dat zij op 't kusfen bleeven: doch zij vonden nergens gehoor , dan bij den Prins , die hun te verfiaan gaf, dat hunne zaak wel goed was, maar de tijd, om hun dienst te doen, nog niet gebooren (*).

Godsdienstpartijfehap fchijnt ook eenig deel gehad te hebben in de onlusten , in andera Gewesten en Stedengereezen , fchoon 'er de geest van volksijver en Vrijheidsmin meer in doorftraale. Te Leeuwaarden hadt de Wethouderfchap voordeden getrokken, die de Gemeente beweerde , dat in de Stads Kasfe moesten komen: zij deeden daar van aftïand. Deeze toegeevenheid maakte het Volk ftout. Op den eerften dag des jaars MDCX , was de Wethouderfchap vergaderd , om de jaarlijkfche verkiezing te doen. 't Gemeen wierp de glaazen van het Raadhuis in, brak de deur der Raadkamer op , en dreef de Wethoudetfchap daar buiten; beweerende , dat zij door onwettige middelen in de Regeering bleeven. De bijcéngekomene Gilden bragten de Burgerij in de wapenen, en ftelden eene Wethouderfchap aan , welke , ter voorkoming van meer ongelegenheids , toen in de Regeering bevestigd werd. De

Stad-

(*) ÜItrnbogaart Kerkl. Hifl. bl. 456 -462.487.

Van den Sande , V. B. bl. 57. Trigland Kerkl. Gefch. bl. 507.

I a

Maurit*.

Te Leeu* waarden.

Sluiten