Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 139

De eerde Hervormers , het overheerfchend Kerklijk Gezag dwing'.andsch keurende, hadden ten eenigen Geloofs- en Leevensregtl gefield de Boeken der Heilige Schrift. Maar 't leedt niet lang , of zij fielden Geloofsbeïijdenisfen op, die tentoerze vrnregtzinnigheid of onregtzinnighe'd dienden. Luther en Calvijn beweerden, dat het geöorlofd was, de Ketters met den dood te ftraffen. Calvijn liet het niet bij befpiegeling berusten : hij, die flerk uitvoer tegen de Roomfche Kerk , wanneer deeze de Proteftanten ten vuure doemde , deedt den ongelukkigen Servetus op den houtftapel omkomen. Het haperde geenzins aan den wil van verfcheide Leeraaren, dat hunne Tegenftanders niet behandeld werden volgens deeze ftrenge beginzelen. Zij lieten niet af, de Overheden en het Volk aantehitzen tegen allen , die met hun in geen één gevoelen ftonden : de Doopsgezinden, bovenal, moeften menigmaalen hunne bitterheid bezuuren (*). Bij de Overheid van Amfterdam

(_*) Tot een gedenkteken hier van dient het zeldzaam Stukje, getijteld: Een fchoon Tra&aat des Godgeleerden Theodori Beï/e , van de flraffe , welke de wereldlijke Overheid over de Ketters behoort te oefenen, tegen Martim Bellh, tfamenraapzel, en de Seéïe der nieuwe Academisten. Overgezet in de Nederduitfche fpraake door de Dienaars des G. (Foords te Sneek. Met een Foorrede , vervattende mede, in ,t kort, een verhaal van 't geen zich tusfchen de Magiftraat met de Dienaars des IFoords der Stede voorfchreeven en de Wederdoopers aldaar heeft Uegedraagen. Franeker 1601.

Maurits.

De Hervormdenwijken van hun beginzel af, als zij vervolgen.

Sluiten