Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maurits.

142 GESCHIEDENIS

Mennonitsn, de Geestdrijvers, en allen, die het „ roet de Kerk niet döns waren , wel aan zulke flraf,, fen onderwerpen, omdat zij , genoegzaam allen, „ bij de Predikanten , geoordeeld werden fchuldig

„ tezijn aan Godslastering. Men zou zeggen,

„ dat de Spanjaard ten onregte vervolgde, en dat wij „ het met regt zouden doen. Maar zo fpraken de „ Papisten, de Luterfchen, en allen, daar zij de ,, magtigfteu waren : zo men dan dien weg in wilde,

„ 's Lands ondergang Rondt voor de deur. 1 't

„ Was een algemeen gevoelen, dat men hier nie,, mand eenig leed, om zijn Geloof, behoorde aan„ tedoen: en dit gevoelen fteunde op het algemeen „ oogmerk van het opvatten der wapenen, 't ver-

werven van Vrijheid in den Godsdienst, en op „ herhaalde verklaaiingen der Gereformeerden. Al „ over elf jaaren , hadt een Oud-Burgemeeher, „ Doctor Maarten Koster , bij zekere gelegen„ heid , beweerd , dat de Overheid , in Geloofs,, zaaken, geen gezag altoos hadt overdeOnderzaa,, ten. Dit was ook, van 't begin des Oorlogs af, „ beweerd geweest. Was dit gevoelen gned, toen 3, het ons tegen ging, 't behoorde, met onzen voor„ fpoed, niet ten kwaade veranderd te zijn. ,, De Kerk geniet thans veel meer vrijheid, dan zij, „ in den aanvang der beroerte , hadt durven hoo,, pen. Daar mede behoorden zij zich te vrede te „ houden. Toen zogt men niemand de wet tedel„ len in Geloofszaaken. Waarom zou men 'r nu

doen ? De zeden der andersgezmden waren niet

„ er-

Sluiten