Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dér NEDERLANDEN. - 347

gedaan badr, tot lof der Godgeleerdheid , door de Synode, aan den Satan overgegeevcn (*).

Schoon de hrenge Partij alle voorzorgen gebruikte, om de andere van de Predikftoelen te weeren, konden zij niec beletten , dat Jacobus Arminius, van Oudewater geboortig , door de Staaten begun ftigd en befcherml, tot Hoogleeraar in de Godgeleerdheid op Leydens Hoogefchool bevorderd werd. Hij bezat een aüerinneemend-t voorkomen , eenen vrolijken, doch teffenszedigen, aart, eengelijkmaatig en minzaam character. Bij deeze gefteltenisfe des - harten , die hem, natuurlijk , tot zagte begrippen deedt overhellen, kwam een fchrander vernuft, een bondig orrdeel, en hij koos. in de toen zeer duistere en verwarde Schoolfche Wijsbegeerte, deklaarfte tn overtuigerdhe Redeneerkunde, hiertoe opgeleid door de Wiskunde, hem vroeg ingefcherpt van zijnen Stadgenoot, den grooten Rudolpiius Snellius. De zuiverheid zijner Zeden diende , om de agting, voor hem opgevat, te vermeerderen. Te vergeefsch zogten zijne Vijanden, door nijd tegen verdiensten ontllooken , hem zwart en gehaat te maaken. Hunne kwaadaartigheid duidde hem euvel een reisje, na Italië gedaan , om den zeer beroemden

(*) Regenboog Gefchied. der Remonftr. I. D. bl. 11. 20 enz. en de daar aangdiaaMe Schrijvers. Deezen zullen wij meermaalen dus bijbrengen: dewijl hij,bij uitftek, nauwkeurig is in het vermelden der bronnen : en wij daar door een lijst van aanhaalingen vermijden.

K a

MAURira Armï-

N1US ,

Hoogleeraar.

Sluiten