Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. NEDERLANDEN. 171

in dien toeftand, en deagting, Arminius toegedraagen, gaf grooten ftetm aan de Tegenpartij derftrenge Leeraaren , ten tijde , dat men aan het Beftand arbeidde. Men heeft altoos opgemerkt, dat'er een nauw verband is tusfchen ftrenge Leeriteilin-en en heftigen Godsdienst- ijver. De ftrenge Leeraars voeren , om deezen hunnen ijver tebctoonen, tdgenalle voorliagen van Wede uit, en dit met te meervutirs, dewijl de meeften afkomftig waren uit de heiwonnen La; dfcbappen , en dus de hoop derfden, van met zegepraal in hun Vaderland wedertekeeren. Zij bonden zich niet in, ten opzigte der genen, óiezV} Trevisten of Beftandsgezinden noemden. Oldenbarneveld was, in 't bijzonder, het doel van hunnen haat. Doch de Arminiaanen , wier gemaatigde gevoelens invloed hadden op hun eigen gedrag , en aan de befcherming der Regenten, bijkans allen Goedkeurders van 't Beftand, dank te weeten hadden , dat zij niet verdrukt waren door hunjie Tegenftanders, preezen den Vrede aan, en het eerbieden van het Wereldlijk Gezag, 't welk hun eene fchoone gelegenheid gaf tot het voortplanten hunner gevoelens. Oldenbarneveld helde, natuurlijk, over, om hun te begunstigen. Hunne gemaatigde begrippen ftrookten met zijne jaaren en met zijn characler ., en hunne onderwerplijkheid aan 't Burgerlijk Bewind met zijne Vaderlandslievende oogmerken en afkeer van alle Kerklijke dwinglandij. Hij ftelde een volkomen betrouwen op den beroemden Uitenbogaard ; 't welk de Gomaristen deedt zeggen , datOldenbarnevele

ziel

Maurits."

1

Sluiten