Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maurits.

a44 GESCHIEDENIS

digingen tegen de Arminiaanen inbragt, en of zijne onkunde in 's Lands gefteltenisfe, of zijne boosaardigheid, in dezelve verkeerd voortehellen , verraadde : beweerende, dat de Unie van Utrecht gegrond was op den Godsdienst, en dat het Wereldlijk Gezag , in 't ftuk van den Godsdienst, geen zeggen hadt (*). Wanneer men het voorbeeld van de handelwijze in Engeland daar tegen inbragt, betuigde hij : „ Onze „ Koning oefent ziju oppergezag in zaaken des Ge„ loofs niet, dan naa het raadpleegen der Godge„ leerden : wanneer de Duivel haatlijke en fijnge„ fponnen Gefchillen verwekt, om Scheuringen te „ veroorzaaken, verzet zich de Vorst tegen de begin zeis des kwaads. Slaat het voort, hij doet „ Provinciaale of Nationaale Synoden vergaderen, „ naar gelange dat de Kettetij een gedeelte , of het „ geheele lichaam, van den Staat befmet hadt. En, „ dit voorbeeld volgende, moet gij een Synode be„ fchrijven (t>" Maar hadt dit voorbeeld gelukkige gevolgen doen gebooren worden , en de onderfcheide Aanhangen totéénigheiddesGeloofsgebragt? Dit vermat zich Carleton niet te zeggen. Zulks was , intusfchen, het huk , waar 't op aankwam, en waar mede de Arminiaanen heeds hunne Tegenhanders behreeden. De Staaten van Holland, of de I meehe Leden , verdeedigden hun genomen Befluit,

den

(*) Uiteneogaard Kerkl. Red, bl. 829. Baüdart. Mem. IX. bl. 69.

(t) Carleton, III. p. 186.202.

Sluiten