Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oer NEDERLANDEN. 253

„ bakhuis was aangezegd , dat hij tachtigduizend „ Guldens, in Gouden Albertynen, hadt ontvangen." 'Er bijvoegende: „ Gaat, gaatxia Brus fel, het flaat „ daar Waarlijk gefchreeven in het Register, daar de ,, andere gefireelden (taan met naam en toenaam (*)." Dit zo boos als jammerhartig Stukje was den Maaker ontvallen, toen hij het ter Drukpersfe zou brengen. Oldenbarneveld bragt het in de volle Vergadering; zeggende , dat men hier een Schrijver hadt, die niet, gelijk zodanige Schrijvers gewoon waren, zijnen naam verzweeg, maar voet bij 't (luk zette , en zijne befchuldigingen bewijzen wilde. Hij was bereid zich te verantwoorden , en verzekerd , dat Uitenbogaard niet zou te rug treeden : begeerende , dat Dankerts van Amfterdam gehaald , en tot het bewijzen zijner befchuldigingen zoude gedwongen worden. Dankerts werd gevat, te Amfterdam in gijzeling gebragt, na den Haage opgeëischt; dan de Regeering wilde hein niet laaten volgen. Naa de gevangenneeming van Oldenbarneveld, herkreeg hij zijne vrijheid niet alleen , maar ook belooning, dewijl hij geleeden hadt voor de goede zaak (f).

Oldenbarneveld , die tot nog gezweegen hadt op alle lasterlijke befchuldigingen, tegen hem uitgebraakt, als verre boven dezelven verheven : en zo

vol

(*) Uitenbogaard Kerkl. Hifi. bl. 938. Leeven en Kerantw. X. bl. 171.

(t") Refol. Holl. 1618. bl. 93.98.332. Uitenbogaard, als boven.

Maurits*

Oldfn-

BMfNE-

veld ver-

diiedigc

zich.

Sluiten