Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maurits,

2?o GESCHIEDENIS

dreigenden ftorm. Men onderzogt, of de Vrijheidsvrienden en de Afgezondenen van Holland zich zouden kunnen verlaaten op de Waardgelden en de Schutters. De HoV.ar.dfche Gemagtigden oordeelden , dat de Krijgslieden den zodanigen , van welken zij hunne foldij ontvingen ,behoorden ten diende te liaan. Men ondervroeg van Hartevel», oudfte Horman der Waardgelder** : deeze hadt reeds betuigd , dat hij en de andere Hopluiden niet begeerden te dienen tegen de Algemeene Staaten , noch tegen den Prins : en voegde 'er nog bij, dat het Folk ook onwillig was. Eenige vraagden, „ wie hun „ belast hadt , tegen de Staaten en zijne Doorlug„ tigheid te dienen?" 'Er reezen hooge woorden. Ledknberg verweet hem zijne biooheid , waarop hij toornig vertrok, en Koningsvry , des verzogt, het opperbevel over de Waardgelden aannam. Deeze klpekhartigen werden niet weinig verdagen , toen Ledenberg, op déne dier bijéénkomllen, een Brief van Oldenbarneveld mededeelde , waar in hij fchrcef, „ op deezen tijd geen hulp aan de Stad te „ kunnen toebrengen ; doch d«t de Franfche Ge„ zanten gekomen, oi voor handen waren, door wel„ ker middel men zijne Doorlugtigheid uit Utrecht „ zou zoeken te trekken (*)."

Oldenbarneveld hadt , door' zijnen invloed, een buitengewoon Gezantfchap bij het Franfche Hof weeten te bewerken , ten einde hij , door 't zelve,

het

(*) Wagenaar Vader/. Hift. X.D.bl.aa8 enz.

Sluiten