Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dek. NEDERLANDEN. 379

geland te rug gekomen, Maurits verzekerd hebbende van den bijltand zijns Koninglijken Meefters, beftoot de Prins, het beraain-e werk niet langer uitteftellen. Êenige woorden , Oi denbarneveld ontglipt , hadden ook den Prins doen vreezen , dat de beilisling der gefchillen aan den Koning van Frank' riik zou aanbevolen en gelaaten worden (*). Zijn Oogmerk was, ondertusfeben, uitgelekt. De Raadsheer Berkhout, met nog iemand, vervoegde zich, daags voor de gevangenneeming , bij Oldenbarneveld, hem aanzeggende, dat hij vooizeker zou gevat warden. De Grijsaard antwoordde: V Zijn boeze Menfchen, mij ne Heeren, ik bedank u voor uwe waarfchuwing. Dan hij vondt het ongeraaden te vlugten. 's Volgen len daags,kwam Uitenbogaard, 's morgens ten zeven uuren, bij hem, vondt den ouden Vader hil peinzende, en als door zwaargeestigheid vermeeherd. Hij zogt hem optebeuren door de voorbeelden van groote Mannen , die, voor de treffeiijkite dienhen, hunnen Vaderlande beweezen, geen ander loon, dan de fnoodfte ondankbaarheid, ontvangen hadden. Ten n'gen uuren, tradtde Advokaat in zijne Koets , om na de Vergadering der S'aaten van Holland te rijden. Eer hij daarin ging, kreeg hij berigt, dat de Prins hem begeerde te fpreeken. In 't vertrek gekomen, waar deeze gewoon

was

(*) Carleton, II. p. 283. 284. 287.288. Brandt, II. 884. Uitenbogaard Kerkl. Hift. bl. 994.

S4

Maurits.

Sluiten