Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

295 GESCHIEDENIS der NEDERLANDEN.

Maurits.

Einde van het Vijfde Deels Eerfte Stuk.

ring. Met verbaasdheid, gemengd met verontwaardiging, ziet elk braaf hart deeze gedaante -verwisfeling. Men zou de welfpreekcnheidvaneenTACiTus moeten bezitten, om voor de regtvaardige en onomkoopbaare Regtbank der Volken en der Eeuwen de aanflagen der Dwinglandij en de zaak der Vrijheid voortelrellen, om het zegevierend Misdrijf te befchaamen, en de verdrukte Deugd te wreeken : met één woord, zijne pen was noodig, om alle de tooneelen van dit droevig fchouwfpel te befchrijven , en de zo befchreienswaardige ontknooping te ontvouwen.

Sluiten