Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3o2 GESCHIEDENIS

Maurits.

alle de Heeren begonnen zich te fchikken , om te vertrekken. Dan de Oud-Burgemeefter Cornelis Pieterszoon Hooft vroeg de twee daar tegenwoordig zijnde Burgemeefiers, ,, of zij daar op niets begeerden te zeggen?" Zij verklaarden van neen. De Heer Hooft , dien wij zo menigmaal als den mond der Vrijheid hoorden, zweeg niet in deezen. „ Eeds- en gemoedshalve ," betuigde hij, „ zich „ gedrongen te voelen , een weinig te zeggen." Hier toe verlof verzoekende en bekomende van zijne Doorlugtigheid, ving hij in deezervoegeaan: ,,'tZal, „ Doorlugtige Vorst, op Lichtmisfe, eerstkomende, „ vijfendertig jaaren zijn, dat ik in den Raad ben „ beroepen , en, geduurende al dien tijd , heb ik mijne genegenheid tot het Huis van Nasfau dikwijls getoond. Dikwijls ben ik, van deezer Stede „ wege , ter Vergaderinge der Heeren Staaten van „ Holland, en ook ter Generaliteit verfcheenen. „ Verfcheide misverhanden zijn , in dien tijd , tusfchen deeze Stad en de Steden Haarlem en Leyden „ ontftaan , die ter fcherpe, geregtlijke en andere „ handelingen uitborstten, en gefchapen warenhoo„ ger te loopen, zo datmengoedvondt, uwe Vorst„ lijke Doorlugtigheids tusfehenfpraak en bemid.de. „ ling daar over te verzoeken , waar door, einde„ lijk, die gefchillen waren nedergelegd. Des agt „ ik mij gelukkig , dat ik mijn gemoed, in deeze „ gehelienisfe van zaaken , voor uwe Vorstüjke Doorlugtigheid moge ontlasten. Ik zal anders niet „ seggerj, dan dit weinige: Dat de geheele VergaJe-

„ ring

Sluiten