Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. NEDERLANDEN. 323

als een vooringenomen en doldriftig vijand der Remonftranten. Men kon niet mlaaten eenen wederzin te hebben tegen een Man , die het Werkje van Beza, Over 't Ketterdooden, overgezet, geroemd, en der Overheden aangepreezen hadt. Deeze haathjke Voorzitter der Synode kreeg niet min verdagte , ja geflaagene , Tegenftanders der Remon* ftranten tot Bijzitters, Jacobus Rolandus en Hkrmannus Faukelids , en fuortgelijke ï-chrijvers, Sebastiaan Damman en Festus Hommius. Het voordel, om dén der andere Partije onder deeze voornaame Leden der Vergaderinge, van zo veel invloeds op het beltuur en het boeken der Handelingen, te 'tellen , vondt geen ingang (*).

Ter derde Zittinge werden de Geloofsbrieven der Buitenlandfche Afgevaardigden onderzogt. Zij waren niet aan de Synode , maar aan de Algemeene Staaten en den Prins van Oranje ingerigt, en las men in den Lastbrief der Geneeffche Godgeleerden, ,, dat het Huis van God ten roof overgegeeven, en „ de Leer, door 't bloed derMartelaarenverzegeld , s, ontheiligd was ; dat men de doemwaarde Kette-

rijen der Ariaanen en Pelagiaancn vernieuwde , „ en dat onnatuurlijke Kinderen, den dolk in 't hart „ hunner Moeder liietten." Hoe gemaatigd en onpartijdig deezen waren , kan elk uit zulke bewoordingen opmaaken.

Op de vierde en vijfde Zittinge werd in overweeging

(*) Regenb. Hift. der Remonftr. II. D, bl. 3.

Mauritï.

Sluiten