Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. NEDERLANDEN. 349

iandfchen, en afkeerig van de ftrengfte Begrippen, hier gedreeven. Opdevraage, hoe CiiRisTas het fundament is der Verkiezinge ? helde Gomarus , ,, dat Christus alleen de Uitvoerder is der Verkie„ zinge, dewijl God eerst befloten heeft de zalig„ heid van eenige bijzondere Perfoonen, en daar naa „ Christus gefchikt als een middel, om ditbefluit „ uictevoeren." Martinius van Bremen beweerde, dat Christus niet alleen was de Uitvoerder der Verkiezinge, maar de Auteur en Bezorger derzelve. Gomarus fprong op*, zeggende, „ ik neem de zaak ,, op mij," wierp zijn handfchoen van zich , en daagde Martinius uit met deeze woorden : Ecce Rhodum, ecce fait urn, of, Toon hier, wat gij kunt! Men hadt moeite , om deeze twee Kampvegiers te wederhouden : bovenal was het den heethoofdigen Gomarus leed, dat men hem belette tot een geregeld twistgeding te komen. Martinius moest, vervolgens , zo veele fchamperheden verdraagen , dat hij zieh beklaagde over het onderneemen eener zo verre reize, en betuigde, op deeze Synode eenige dingen . die Godlijk, eenigen, die Menschlijk , en eenigen, die Duivehch waren , gezien te hebben. Op een an deren tijd noemde hij de Synode een Polityke Vertoo ning of Toneelfpel, waar op hij nooit weder zot komen; uitroepende : ê Dordrecht , had ik u nim mer gezien ! De Engelfche Godgeleerden , die zagt heid en gemaatigdheid ademden, moeiten veel uit haan van de bitterheid en onverdraagzaamheid vat Gomarus en Sïbrandus. Martinius hadt zelf D 3 bi

MAURm.

1 i

Sluiten