Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ber. NEDERLANDEN. J73

alles, wat hem daar van bekend mogt weezen , te ontdekken. De verzekerde toon , op welken dit werd voorgedraagen, bragt hem tot twijlelagtige gedagten. Hij gaf ten antwoord, „ van geene gehei„ men des Advokaats eenige kennis te hebben; alzo „ deeze hem nooit zijne Corfefpondentien hadt ge„ openbaard." Doch hij liet alle twijfeling en kwaad vermoeden vaaren, als hij bemeikte , dat, gelijk 'er veele andere flinkfche kunsten tegen de Gevangenen werden gebruikt , deeze taal en betuiging, wegens het ontdekken van zwaare misdaaden des Advokaats, mede niets anders dan een vond was , om hem den moed te doen verliezen , en iets uit zijnen mond te bejaagen, 't geen ten nadeele van Oldenbarneveld

zou kunnen geduid worden. Onder anderen

werd hij gevraagd : Of hij met den Heer Jeannin geene redenen hadt gevoerd , om de Papistifche Religie met de Gereformeerde te veréénigen ? Hij antwoordde : „ Dat Jeannin zelve , veele dwaalingen „ in de Roomfch: Kerk erkennende, hemhoopehadt „ gegeeven, dat Koning Hendsik. de IV. de Her-

vorming in Frankrijk langzaamerhand zou bevor„ deren, 't welk, naar 't oordeel van veele Verftan,, digen, voor eene oorzaak van den dood diens groo„ ten Konings gerekend word (*)." ,

Oldenbarneveld werd laatst ondervraagd, doch met het in agt neemen van haatlijkhedtn , die dit

werk

(*) Brandt Leeven van de Groot, bl, 153, 154. 158. 162.

Maurith

Sluiten