Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Der NEDERLANDEN. 377

,, ten, om (temmen te winnen : maar nooit hadt" ik „ gedagt, dat hij zich op zulk eene manier zouheb„ ben meefter gemaakt (*)."

Deeze taal fchildert ons de zielsgefteltenis vanOLdenbarneveld met leevende en fterke trekken. Hij fchijnt niet te dugten voor't gevaar, 't welk hem dreigende boven 't hoofd hangt, maar dat zijns Vaderlands bekommert hem: hij hadt het voorziens en alles gedaan , om het aftewenden. Én heeft zijne onbezweeke ftandvastigheid, die wij meermaals de Vrijheid zagen redden, hier niets kannen uitwerken, maar hrekte hij zelve tot het eerfte flachtöffer zijns edelen ijvers. Zijn roem is niets minder bij allen, die gewoon zijn de zaaken op derzelver weezenlijke waarde, en niet naar den dikwijls misleidenden uit(lag , te fchatten. Zijne Gemeenebestgezindheid

bleef hem bij ia zijne gevangenisfe, Dewijl hij

heeds aandrong , om in vrijheid geheld te worden,, of te mogen weeten, waarom men hem dit geweld aandeedt, kreeg hij ten antwoord, dat de draad, dien hij gefpoanen hadt, om den Staat in ongelegenheid te helpen, zo verward was, dat mentijdmoest hebben, om dien te zoeken (f).

Men voorzag, dat Oldenbarneveld zou weige- 1 ren te antwoorden op ondervraagingen, hem door 1 daar toe onbevoegde Perfoonen gedaan: des befloten , de Staaten van Holland, hier toe Heeren uit datd-e- 1

west

C) Brandt Hift. der Regispl. bl. a$ enz. (t) Carlet. II. p. 348. F.Deel.z.St. F

Maurits; Dlden-

1aene'eld

>nderrraagd,

Sluiten