Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dés NEDERLANDEN, 3^

hadt, dat de Staaten Generaal in Holland geen gezag bezaten. Zijn antwoord befchaamde zijne Befchuldigers (*). Ook zogt men de Groot aftepersfen de erkentenis van een ontwerp, door Oldenbarneveld en de acht Steden tegen den Prins van Oranje beraamd. Maar de wijze, waar op hij ditwederlei, helde zijne en 's Advokaats onichuld in een helderder licht (f).

Men droeg alle voorzorgen, om den Gevangenen Briefwisfeh'ng en gemeenfehap met de hunnen te verbieden , waar door zij eenig berigt van den haat der zaaken konden krijgen. Dan het vondrijk vernuft van Petrus ScR^VERIus, bedagt een list, om de waakzaamheid der Oppasferen te verkloeken. Hij liet de Werken van den Haagfchen Dichter Janus Secundus drukken, enbeftondt, onder het dmkken , in eenige Proefbladen zommige regels uitte werpen, en de plaats te vullen met het geen hij den Gevangenen wilde bekend maaken. De bladen, die het geheim inhielden, waren zo gefchikt, dat ze gefloten bleeven, zonder eenigen argwaan te kunnen verwekken bij hun , die hst Boek behandelden: en in één derzelven was aangeweezen, welk het kenteken was , waar aan men zou kunnen weeten, of de zin der heimlijke onderhandeling , die men door dit middel zogt voorttezetten, bij de Gevangenen gevat was, dan niet. Ook gaven zij aan de hand, hoe men

door

(*} Brandt Regtspl. bl. 39 enz.

(t) —— Leeven van de Groot, bl. z6l.

F a

Maukit^

Vond van Scrivetuus, om de Gehangenenberigtte iaateii toekomen.

Sluiten