Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«9» GESCHIEDENIS

Maurits,

niet vervorderd hadt. Van Berk voegde 'er b'j i zonder jaar of maand te kunnen bepaalcn , Oldenbarneveld te hebben hooren zeggen , dat het gefchil over den Godsdienst zo groot niet was , of 't kon ligt bijgelegd worden : hem daar benevens viaagende, of het niet beter ware, dat wij ons wederom begaven onder den Koning van Spanje? Ook herinnerde hij zich , dat Uiteneogaard , omtrent drie jaaren geleden, tegen hem gezegd hadt, dat men 't met Spanje al ééns was; dat men niet meer oorlogen zou; dat men wel zag, hoe het in 't Land vrnKleeve toeging; dat ons Volk en de Vijand elkander verhonden , en den buit deelden ; dat Gelderland al verdraagen was, ook Overijsfel, en dat de Poorten daar zouden openhaan, als 'er de Vijand voor kwam; dat hij, Berk , wel zien kon , hoe 'thier in de Stad Utrecht geheld was; dat men den Vijand, als hij hier kwam, ook niet wederftaan zou; dat elk Bedieningen zogt, om eigen voordeel; dat de Voornaamhen , die ten Nagtmaal gingen, zichten eeihenomkeerenzouden, als de Vijand kwam , om in hunne Ampten te mogen blijven 5 dat men tegenwoordig eene andere wijze van leeven moest houden dan men plagt, en zien hoe 't rondsomme toeging, en op zijn eigenbelang agtgeeven (*). Naardemaal bijkans alle Papieren, die ten voordeele van de Gevangenen zouden kunnen fpreeken, verdonkerd zijn , weet men niet omfian-

<hg3

(*) Brandt Regtspl. bl. 32. 38. 46. 70. 109-111, Waïinaar Vaitrl. Hifi. X. D. bl. 348 ——. 352.

Sluiten