Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. +ÏI

ijsfel, en elders , de Brieven van uitfehrijving zo veel veranderd, dat de afkondiging daar gemaklijker gefchiedde. Doch veelcn keurden den eeriten Biddagsbrief goed , en fchikten zich naar den inhoud, God dankende, dat Hij de oogmerken derStaatzugtigen gefluit, en het bloedbad , 't weik zij hadden willen aanregten, belet hadt (»). Laatst eeni¬

ge papieren ontvangen hebbende , en daar onder berigt , dat zijn vonnis reeds gefbeeken was, zeide hij tot zijn Knegt, van de Regters fpreekende : Het is een bitter Volk , ik heb 'er niets goeds van te verwagten,

Dit bleek duidelijk, op den twaalfden van Bloeimaand, wanneer de beide Fifcaalen, van Leeuwen: en Sylla , hem , 's avonds ten zes uuren , deeze boodfehap bragten : ,, Wij komen , van wegen de „ Staaten Generaal en de Heeren Regteren , om u „ aantezeggen , dat gij, op morgen, zult komen te „ hooren de Sententie des Doods." De Sen¬

tentie des Doods 1 riep de Grijsaart, meer verwonderd dan verflaagen, uit, De Sententie des Doods! Dat had ik niet verwagt. Ik meende, dat men mij nog zou hooren. Van Leeuwen zogt zich, wegens die gedaane boodfehap, te omfchuJdigen: waa:öp Oldenbarneveld antwoordde : Ik neem het u niet kwalijk af; maar laaten de Regters zien , hoe zij liet voor God zullen verantwoorden. Zal men dus

hm-

(*) UrrEN*oGAAttD Kerkl. Hifi. bl. 1143. Jchais Biddag, bl. 9, Baudarv Mem. XI. B. bl 22.

H a

Sluiten