Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maumts.

Verfchillesue gevoelensover deeze Geregtshandelingen.

44c GESCHIEDENIS

bende, om deeze Goederen te losten, uitkragtë van zeker Voorregt, 't welk dit toehondt , mits het betaalen van zekere fomine, bragt zulks de Regters in verlegenheid. De Koning van Frankrijk onderfteunde dit verzoek. Dan, om dit loon huns arbeids niet te misfen , vonden zij goed, de Verweezenen Van Majefteitsfchehnis te befchuldigen ; eene misdaad, welke bun van dit Vöorregt uitfloot. Overeenkomfiig met deeze fraaije vinding , verklaarden zij, een jaar daar naa , ten oogmerk gehad te hebben, de Gevangenen wegens dit misdrijf te veroordeelen, fchoon zij het in 't Vonnis niet hadden uitgedrukt. De Staaten van Holland bepaalden zelfs, dat men, in den tijd van zes jaaren, geene Verzoekfchriften, dit huk betreffende, zou aanneemen. Hier ziet men , zo zeer als ergens , de oude waarneeming bevestigd, dat de misdaad van Majefteitfchennis de misdaad is, welke den zodanigen, die aan geene mis/laad fchuldig zijn, wordt ten laste gelegd (*).

Men heeft opgemerkt, dat deezeRegtshandelingen en het beflotene op de Synode plegtig bekragtigd zijn door den Engeifchen Afgezant, en dat deeze alleen kwalijk nam, dat de naam van den Koning , zijnen Meefter, niet ftondt in de Voorreden van de Sy»*daale Canons: dan deeze uitlaating werd herheid,en alle de afdrukken, waar in men dien naam niet las, werden herdrukt. De Staaten bedankten hem voor

zijne

(*) Brandt Leeven van de Groet, bl.222. Refol.HolL 1623. bl. 3y. en 1624. bl. 127. Carlet. III. p.jaei

Sluiten