Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maurits,

44a GESCHIEDENIS

'er niet, en den geheelen Geregtshandel met Oldenbarneveld fchilderde 's Lands Hoofddichter, Vondel , in zijnen welbekenden Palamedes (*). De Regters moeiten , eerlang, veelerlei verwijt hooren. Een vermaard Regtsgeleerde , Cornelis Bosch, Voerde van Zanten , één der vierëntwintig Regteren, te gemoete: Men zegt twee dingen van u, die ik niet kan gelooven, en waar over ik u verdeedig: het eerfte , dat gij niet veel verftands hebt ; het ander , dat gij gierig zijt. Het eerfte geloof ik niet, om dat gij in den Advokaat eene misdaad des doods hebt gevonden, '/ welk de grootfte Regtsgeleerde niet kan doen. Aan het tweede zijt gij nog minder fchuldig; want gij hebt om vier'êntwintighonderd Guldens zulk een Vonnis helpen wijzen, dat ik om 'tGoed'van al de Wereld niet zou hebben willen doen. De Heer Kromhout , een ander uit dit getal, moest van de Groots Huisvrouw , in zeke^Gezelfchap, hooren, dat de vierëntwintig Regters den Advokaat en de andere Verweezenen ongelijk gedaan hadden : hier op ten antwoord geevende , „ dat men de Vonnisten, 9, van Regters geweezen, moest goed kennen , vol„ gens het fpreekwoord, 't geen de Regters wijzen, „ moet men prijzen," verltomde zij hem met te zeggen: Gok het Vonnis van Kajaphas, mijn'Heer? — Men vermeldt, dat veelen deezer Regteren voorts een ongelukkig leeven gefleeten, en, bij hunnen uitgang,

(*) Brandt Regtspl. bl. 259. Wagenaar Amft. IV. St. bl. 3*tf.

Sluiten