Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4f°

GESCHIEDENIS

Maurits.

Zaaken van Bohémien en de Palts.

nerlei gezag aanmaatigende over de Oppermagt en Hoogheid des Landfchaps. Verder zou hij , nevens de Afgevaardigden der Staaten, 's Lands Vrijheden en Voorregten voorfiaan ; op de Sterkten , die ter bezorging van Friesland honden*, goede toeverzigt hebben; de Krijgsampten, die de Siaaten zeiven niet vervulden, begeeven ; niet , dan bij raade der Staaten of der Afgevaardigden , eenig Bevelhebberfchap over eene Sterkte vervullen ; en , in het verleggen der Bezettingen , zich gedraagen naar het Berigtfchrift der Afgevaardigden. Nog was hem het aankoopen van vaste Goederen binnen het Gewest ontzeid , 't welk den voorgaanden Stadhouderen ook niet hadt vrijgeftaan. Eindelijk was hij gehouden, den Hervormden Godsdienst , zo als dezelve toen openlijk geleerd werd, en in de Dordrechtfche Synode vastgefteld was, (doch alleen met opzigt tot de Leer , en niet van de Kerk-ordening,) te handhaaven (*).

Eenigen hebben geoordeeld , dat Maurits den uitflag der onlusten in Bohemen afwagtte , om zijn toeieg op de Cppermogenheid te ontdekken (f). De Frotefanten, in dat Koningrijk, moede, om langer ouderworpen te zijn aan het Huis van Oostenrijk, of liever aan de Catholijke Vorften, die, ftrafloos, hunne Voorregten bekort en gefchonden hadden , hadden Verbintenisfen gemaakt, onder zeer fchijnbaare voorwendzels,en het gezag van Ferdinand den II, die

den

(*) Winsem. Chron. XX. B. bl. oio. (t) Aübery Mem, Art. Maurice.

Sluiten