Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

öer NEDERLANDEN. 471

Penfionaris van Antwerpen hadden desgelijks met hem gefprooken. De aanbiedingen van een Jaargeld en een papier vol Gouds wees deeze Balling van de hand , en beantwoordde de vraag van Spinola , of Graaf Hendrik van de zijnen was ? met te zeggen. „ zulks niet te vveeten ; maar te vermoeden , dat ,, zijne Doorlugtigheid niet ongeneegen zijn zon, 5, om de Remonftranten te helpen , indien hij kon» de (*)."

Toen het Beftand ten einde liep, vaardigden de Aardshertogen, den geaielden toefiand der Verèènigde Gewesten kennende , den Kanfelier Pekkius met een aanzienlijken floet derwaards af. Dan , noch deeze, noch zijn Characler, als Afgezant, kon hem hoeden tegen de balddaadigheden van 't Gemeen te Delft, 't welk hem met Beenen en firaatvulnis wierp, als hij door die Stad trok (f). In den Haag gekomen, voerde hij eene lange reden bij de Staaten, om dezelven overtehaalen , dat zij zich met de Tien andere Gewesten zouden veréénigen , en één zelfde Lichaam onder één Hoofd maaken. Hij waagde dit vreemd voordel niet, dan om te toonen , dat Spanje niet geheel en al van zijne eifchen hadt afgefiaan; en om, teveel vraagende, iets te kunnen laaten afdingen. Maar de Algemeene Staaten en Maurits konden na geenerlei voorllagen, tot Vredes-onder-

han-

(*) Uitenbogaard Leeven en Verantw. XIV. bl. 279. s86.

(t) Brandt, IV, D. bl, 5 \\ enz.

Mauritsï

Voorflag van den Kanfelier Pekkius.

Sluiten