Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 477

en Geestlijken. In de Hoofdkerk te Paderborn de twaalf Apostelen in Standbeelden van Zilver aantreffende , was zijn fmaadend woord : Hoe '. vind ik u hier? Ik zal u leer en het bevel van onzen Heer te gehoorzaamen , om door de geheele Wereld te gaan: en hij liet ze tot Geld munten. —. Wanneer deeze dolleman de Partij van Frederik gekoozen hadt, ging hij den Prins in den Haag begroeten, en betuigde , de Ridder te zijn van de Koninglijke Keurvorftinne. In eene vlaag van galantery , overeenkomhig met zijnen brusken en geweldigen aart, ontrukte hij eene Handfchoen aan de Prinfesfe , bondt ze op zijn Hoed , en zwoer , die te zullen draagen tot dat hij haar in haare Staaten herfteld hadt. Maar die woeste en zijn Medehander Mansfeld deeden meer, om de rampen van Duitschland te vergrooten , dan om het evenwigt des Rijks te herhellen, 'c welk door den verbaazenden voorfpoed van 't Huis van Ooftenrijk verfchrankt was. Zij vertraagden alleen het geheel verlies van de Palts. De Hertog van Beijeren voor den Keizer , en de Graaf van Tilly voor Spanje , voltooiden, in 't volgende jaar, de vermeellering , door het inneemen van Manhéim. Heidelberg en Frankendaal. Zij flo'egen geen de minste agt op de Wapenfchilden van Engeland, die Koning Jacobus aan de Poorten dier Piaatzen hadt doen ophangen , om ze onder zijne befcherming te neemen. Die Vorst wilde altoos onderhandelen, orn dat hij een afkeer hadt van den Oorlog: en zijne Onderhandelingen liepen altoos kwalijk af. Het Hof M 3 van

Maurits.'

Sluiten