Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dér NEDERLANDEN. 481

met Enno , Graaf van Oostfriesland. Die Prins, altoos ongelukkig in zijne gefchillen met zijne Onderdaanen , was door hun, in den jaare MDCXVM, in hegtenis genomen , en 'er niet uit geraakt, dan door bemiddeling der Staaten, die op eenige Plaatzen van Oostfriesland Bezetting hielden, en weezenhjk meehers van 't Land waren. Enno liet niet af van het opontbieden dier Bezettingen te verzoeken. De Staaten willigden dit niet in, veele voorwendzeis, waar aan het der Heerschzugt nooit ontbreekt, bijbrengende. Doch , toen de Graaf hulpe tegen hun verzogt bij den Koning van Engeland, en gehoor vondt aan de Spaanfche zijde , met welken hij Briefwisfeling hieldt, viel Mansfeld, zo men wil, niet zonder kennis van Maurits en van de Voornaamhen nit de Regeering der Verèènigde Gewesten , .in Oostfriesland, eischte driemaalhonderdduizend Rijksdaalders van GTaaf Lnno , of overlevering zijner vaste Huizen , van welken hij zich binnen kort meefter maakte , en den Graaf op één derzelven zo goed als gevangen hieldt, het Land rondsom afioopende. Gerugfteund, en onder de hand betaald, door de ijraaten, om de Spanjaarden afteweeren, bleef hij tot het volgend jaar MDCXXIII. in Oostfriesland , zomtijds eenige hrooperijen in Westphalen aanregtende (*).

Maar, dewijl de Graaf van Tilly tegen hem in aantocht was , kreeg Hertog Christiaan van Bruns-

w'ijk,

(*) Mem. de Fred, Henry , p. 17.18. Aitzema, I. P.230. 231.

M 5

Maurits.

Sluiten