Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dér. NEDERLANDEN. 553

wistuittedrukken, kan, van wegen eene kruipende iangvvijligheid in zijne meeste Schriften in onrijm, met geen genoegen geleezen worden. Veele Nederduitfche Schrijvers, die hier en daar onbetwistbaare fchoonheden ten toon fpreiden, maakten zich fchuldig aan ontluisterendekwinkflagen, kwalijkgeplaatste geestigheden ren gemeene uitdrukkingen , aan hraattaal grenzende. DeDichthukken van Vondel, zelfs de deftighe, en de Treurfpelen zijn niet geheel vrij van deezen misuag. Hooft maakt 'er zich min. der aan fchuldig : en men mag zeggen, dat hij zo wei min dichterlijke gebreken, als min dichterlijke fchoonheden dan Vondel hebbe. „ Het ontbrak," fchrijft de Heer van Alpiien , „ zeker Hooft en •' Vondei. niet aan genie, maar hunne theorie was „ gebrekkig, en hun fmaak niet fijn ofkiesch ge„ noeg. Hadden zij deeze beiden meer kunnen be„ oefenen, hadden zij in een tijd geleefd , waar in „ men de Poëzij ook wijsgeerig behandelde, zij zou„ den het voorzeker veel verder gebragt hebben, en „ hadden zich voerzeker niet bediend van zulke vrij-

heden , die onbeftannbaar zijn met het waare „ fchoone. Zij hebben het ijs gebrooken, den „ grjeden Smaak in aanvang herheid , aan de Taal „ eene nieuwe wending gegeeven : maar moet men ,s' hen daarom als modellen befchouwen ? moet men „ ze daarom houden voor Dichters , dien men den ,, goeden Smaak moet afzien, die men moet naavol„ gen, en die men vergeefsch zou tragten voorbij„ tehreeven ? dan is dit oordeel even buitenfpoorig,

V. Deel. a. St. R ^

MauritS

Sluiten