Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 33

Gerneenebest als op den kant des dndergangs geweest bij deezen inval , de laatste , dien de Spanjaarden beftonden. De mislukking , bij eene gelegenheid , zo gunstig, als zich, zints den tijd des Hertogen van Aha niet hadt opgedaan, benam hun voor altoos de hoope op de herkrijging der afgeval» lene Gewesten (*).

Zij zogten, integendeel, deheimlijkeonderhandelingen tot het treffen van een nieuw Beltand met allen ijver doortezetten. De Spaanfche Nederlanden, gedrukt onderden last eens Oorlogs, dien zij, ter oorxaake hunner rampfpoeden en 't verloop des Handels , niet draagen konden, begeerden zulks op 't ernstigst, De Lahdvoogdesfe Izabella , reeds vrij hoog bejaard, van eene zagte en vreedelievende geltelteniS' fe, haakte 'er na. De Koning van Spanje, die zijne rijkgelaadene Vlooten ten buit gemaakt , en zijne magtigfte Volkplantingen met éenen vijandlijken aan val gedreigd zag, merkte het Beltand als noodzaak lijk aan. Eindelijk fcheen de onder de hand voortgezet' te handeling rijp genoeg, om aan.dê Gewesten te worden medegedeeld. Deezen verklaarden'erzich voor, én anderen tegen: elk volgde zijn belang en neiging, De Wen -Indifche Maatfchappije, ingenomen me de laatstbehaalde voordeelen , die den Lande zo zee gediend hadden } en vol hoop op nieuwe, leverdi

eei

(*) Commèlin Fred. tiend. bl. 89. Mem. de Frea

Henry, p. 109 «9. Aitzejia, I, bl,88t 924

Capelle Gedenkf. I. D. bl. 558.

VI. Deel. C

Frederik Hendrik^

Ondarhandeliri»gen tot een twee» de Beltand.

I

t /

Sluiten