Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bes. NEDERLANDEN. 99

Hé magt , welke de Sraaten zouden gekreegen hebben door hun aandeel 'tn de voorgeflagene verdeeling, niet geëvenaard hebben aan het voorregt van een Lid te zijn des Duitfchen Lickaams, of van eenige andere magtige Verbintenisfe, welke die ook mogt wezen ? De Franfchen hebben naderhand een gedeelte van dit hun oogmerk bereikt, zich de Landen der oude Spaanfche Monarchije eigen gemaakt, én zijn op de Grenzen der Ferêénigde 'Gewesten gekomen , zónder dat dit Gerneenebest iets verkreegen heeft5 óm den aanwas des Franfchen Rijks, door dergelijke Landvermeerderingen, opteweegen. Mij dunkt, ik zie den Koning der Dieren een ander Dier uitnoodlgen, om jagc te maaken op den zelfden prooi, doch 't geen, door vreeze, niet durft naderen. Wat gebeurt 'er ? De Leeuw verllindt alleen alles , en valt, vol woede , met vernieuwde kragten , aan op het vreesagtig Dier, 't welk niet durfde helpen , om sich meester van den prooi te maaken. Den Koningen ontbreekt het zelden aan gelegenheden,om grooter te worden. Gemeenebesten hebben , gelijk zij, p-eene Erflanden, welken zij wedereifchen , en verliaan zich zo niet op Landverdeelingen. De Koningen flaagen 'er veel betèr in , danr zij, zich verbindende, ieder maar één belang hebben, en het Zelfde oogwit. Maar Gemeenebesten , bovenal Bondgeïiootfchaplijke Gemeenebesten, door zo veelcrlei belangen gedreeven als zij onderfcheidene deelen uitmaaken, kunnen met die kragt en met die éénftemmigheid niet te werk gaan.

G 2 Me4

FREDErtnt

HFiNDRlüi

Sluiten