Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dek NEDERLANDEN. 119

Regters in hunne eigene zaak; maar zoekt uit de oude gedenkftukken van Hebreeuwen , Grieken en Latijnen op, wat hij oordeelt te kunnen dienen om te bewijzen , dat het Regt op de Zeeën rondsom Groot-Brhtanje alleen den Koning van Engeland toekomt. Dit Werk , waar in de Schrijver zich meer op aanhaalen van anderen , dan op bewijzen toelegt, maakte toen veel opaangs, dewijl Geleerdheid, in die dagen , aangemerkt werd als alles befliSr fende. Koning Carel was 'er zeer mede ingenomen. Hij bsval, dat het in alle Admiraliteits- Hoven als een nuttig en dierbaar gedenkteken zon geplaatst worden (*). De Staaten van Holland

lieten zich aan dit Boek gelegen zijn , en vereerden den Advokaat Dirk Graswinkel, voor de wederlegging van 't zelve , met een jaargeld van vijfhonderd Guldens , tot den tijd, dat zij gelegenheid zouden hebben , om hem te bevorderen (f> De Engelfche Vorst liet het niet berusten bij hetverdee* digen van zijn Regt met de pen , maar nam fterket middelen te baate. In den jaare MDCXXXVI. hadi hij de Visfchenj op de Engelfche, Schot fche en Ierfche Kusten verboden, en eene Vloot uitgerust, om dit verbod van kragt te doen zijn. De Hollanders en Zeeuwen , ondanks dit verbod, op de Kusten des Britfchen Rijks visfchende , werden door de Vloot aangetast, en gedwongen dertigduizend Guldens te

be

(*) Larry Hifi. d'Angl. VI. p. h3i. (t) Refol. Hall. 1635. bl. 234- en 1639. bl 3.83, H 4

Frederik Hendrik.

Sluiten