Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 1Ó3

te Steden, en ritisfchien niet te onvrede , dat men een Koning, op wiens Gefiacht de Prins van Oranje zijne grootheid vestigde , vernederde , fpraken ten voordeele van het Parlement. Schoon zij nimmer veel zwaarigheids maakten, om den Vijand Krijgsbehoeften toetefchikken , oordeelden zij , dat ze niet verkogt moesten worden aan den Koning van Engeland, voorgeevende, dat zij de belangen huns Handels moesten handhaaven. Zij waren zelfs niet vreemd van het aangaan des Verdrags , waar op het Parlement , zints lang, aandrong. —— De Predikanten merkten het Parlement aan als een handhaaver der zuivere Calvinist!fche Leere , en betoonden grooten ijver voor deszelfs belangen. Die van dett Haage vervoegden zich bij den Prins van Oranje, en klaagden bitter, dat men in een tijd, voor den Godsdienst zo gevaarlijk, bals gaf aan eene vlugtende Koninginne. Die van Zeeland fchreeven den Algemeenen Staaten, dat Uien, om 's Hemels wraak van de Kerke aftewenden , Vast- en Bededagen moest houden. Hunne Broederen , de ijverige Puriteinen in Schotland, moedigden zij aau , om, in deezen tijd van onrust en beproeving, het juk der Bisfchop. lijke Kerkdwinglandij aftewerpen, en alle hunne poogingen aantewenden , om de Kerk te zuiveren van de nog overgebleevene fmette der afgodifche Plegtigheden , van de Hoer van Rome en den Antichrist herkomfüg. Zekere Huco Peters , Engelsch Leetaar te Amflerdam, waagde het, openlijk

F«Et5ERlk

Hendrik;

Sluiten