Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i?4 GESCHIEDENIS

Frederik Hendrik,

tor den Vrede genegen te zijn. Hij hoopte , dat de Spanjaarden , om een einde te maaken van eenen hen bedervenden Oorlog, de eerden zouden weezen in het voorflaan van een Befland , 't geen hun de hoop op het wederkrijgen van 't afgeltaane liet behouden. Maar , dewijl de geheele uitwerking deezer gefiepene Staatkunde afhing van 't geheimhouden , moest dit voor de Staaten bedekt blijven. Zulks veroorzaakte hoogloopende gefchillen. De Staaten drongen 'er op, dat Frankrijk zicli , even ais zij, bepaalde tot het eifchen van een Befland. De Franfchen beweerden, dat zij het zelfde regt hadden, om van de Staaten te vorderen, dat zij met hun eenen Vrede zouden begeeren. Zij toonden, dat de Zamenkomst bellemd was, om den Vrede te fluiten; De Staaten voerden hier op te gemoete, dat het voor hun wel zeer ongelukkig zijn zou , bij het eindigen van 't Beftand, zich alleen met den last des Oorlogg bezwaard te vinden. Dit lot, antwoordden de Franfchen, is uwe eige verkiezing; maar zult gij in Frankrijk niet altoos dezelfde hulpe vinden , als gij daar uit ontvangen hebt, eer het zich verklaarde?

Hierop befloten de Staaten , alles wat mogelijk was te haaien uit de verpligting, waar onder Franke ri:k zich gelegd hadt, om, zonder hunne toeftemming , Vrede noch Beftand te (luiten. Zij verzogten vermeerdering van Onderftandgelden. De Franfchen eischten, op hunne beurt, dat de Ferêénigde Gewesten den Keizer den Oorlog zouden verklaaren, volgens de gemaakte verbintenis in 't Verdrag des

jaars'

Sluiten