Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dhr. NEDERLANDEN. 1S5

Knegten, ten behoeve van Zweeden, geworven. Deeze overhce,!chcnde v/ij^e van onderhandelen hadt de bedoelde uitwerking. De Vloot onthieldt zich van vijandlijkheden ; doch baarde in de Deenen de vrees, dat zij zich bij de Zweeden zouden vervoegen; waar door zij bcfloten, van hunne eifchen eenigzins aftezien, en zich lieten overhaalen tot een Verdrag , bij 't welk de Koning van Deenemark enzich verbondt, in den tijd van veertig jaaren , wegens den Sondfchen Tol, niet meer te zullen vorderen , dan bij zekere Lijst, met wederzijdfche toefiemming ontworpen , was vastgelield : en zou de Tol in Noorwegen geheven worden op den voet, als in den jaare MDCXXVlll. bepaald was, tot dat hier op, met wederzijds genoegen, iets naders beraamd werd. Op den eigenlten dag van 't fluiten deezes Verdrags tekenden Deenemarken en Zweeden den Vrele, bij welken de laatstgemelden eenaanmerklijk deel des Grondgebieds van de Deenen kreegen. Vrees alleen hadt Christiaan den IV. tot deeze flappen doen komen: en ftondt het dus gefchaapen , dat, de oorzaak daar van geweerd zijnde, de Verdragen niet langer zouden gehouden worden. Dit gebeurde. 'Er reezen, welhaast, nieuwe onlusten, die niet bijgelegd werden voor het jaar MDCXLVII, wanneer de Staat met Deenemarken een Verdrag floot ten opzigte van den Sondfchen Tel, 't welk, gelijk het voorgaande, veertig jaaren moest duuren (*),

Deeze

0 Puffendorf, Liv. XV. Seft. 77.78. Aitzema,

- M 5 II,

Frederik Hendrik.

Sluiten