Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iy4 GESCHIEDENIS

Frederik Hendrik.

en Rekenmeester der Graaflijkheid van Holland, wegens Holland; Joan de Knuit, Ridder, Eerlte Edele , en verwonende den Adel van Zeeland , wegens Zeeland ; Godard van Rheede , Heer van Nederhorst, wegens Utrecht ; Francois van Donia, Heer tot Hinnema en Hielfum, wegens Friesland; Wilhelm Ripperda, Heer te Hangelo, wegens Overijsfel; en Adriaan Klant tot Stedum, Heer van Nitterfum, wegens Groningen en Ommelanden. Frankrijk was zeer oplettend geweest op de keuze deezer Heeren, verzekerd, dat de bijzondere gevoelens der Afgezanten veel invloeds zouden hebben op de partij, welke het Gerneenebest koos. Men oordeelde , dat Meinerswijk , de> Knuit, Nederhorst en Ripperda, als afhangelingen van zijne Hoogheid, aan de belangen van het Franfche Hof zouden gehegt weezen; Dowa was verdagt, dewijl hij zijne neiging tot den Vrede niet verborg ; Klant hieldt men voor een Man van geringe bekwaamheid, die, met eenwelmeenendhart, de meerderheid der Hemmen zou volgen. Voor Pauw was men 't minst bekommerd. „ Hij is," drukte Mazarin zich uit, „ een Man van aange,, legenheid in zijn Gewest, en niet ligt te verzet„ ten." Elk wist, dat hij geen Vriend was van Frederik Hendrik , 't zij uit oorzaake van eene bijzondere veete, wegens het ontdaan van 't Raadpenfionarisfchap, door zijne Hoogheid te wege gebragt; of om dat hij zich voegde naar de neiging der meeste en aanzienlijkde Leden vau Holland,

die

Sluiten