Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

28ö

GESCHIEDENIS

Frebertk

HÈNDRjK.

der Roomschgezinden , dat dit alleen (want 'er was geen andere grond altoos) hem in verdenking bragt , van heimlijk tot de Roomfche Kerk overtehellen (*>

Schoon zijn gelaad, vol bevalligheid, dezagtheid en helderheid zijns gemoeds aanduidde , was hij deftig, ernstig, en betoonde zich , als het noodig ware, manlijk en onbezweeken. Langzaam in'tbellui'en, verklaarde hij meermaalen, naa een ontwerp goedgekeurd te hebben , dat men zich nog eens be(laapen moest, eer men het tekende, 't Was ook dikwijls zijn zeggen, dat dat tijdflip, waar op men de gunstigfte tijdingen ontving, juist de tijd was, om zijne aandagt te verdubbeien voor het gemeen. Hij verfoeide de vleijerij, fprak van zijne verdiensten doorgaans met zeer veel behoedzaamheids, prees met vuurigen einst de braave daaden van anderen, zelfs van zijne Vijanden , wanneer zij, door eene manlijke verdeediging, zich tegen hem verweerd had* den. Hij hieldt meestiil zijne raadflagen lang bedekt, en was bezwaarlijk te doorgronden. Niemand, dan dien hij lang en dikwijls beproefd hadt, waszün vertrouweling. Yverig en dienstvaardig was hij voor zijne Vrienden : dit ondervondt de Graaf d'Estrades , in den jaare MDCXLIV, wanneer hef Parlement hem, wegens een tweegevegt, vervolgde, liet Frederik Hendrik hem een Wisfelbrief van honderd-

f*) Negociat. f eer et. Tom. II. P. II. p. i8t. Zie dit Deel, hier boven.

Sluiten