Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Frederik

Küïisteïjaarijenijer

Spaanfeht*.

sS* GESCHIEDENIS

der Gewesten met elkander, maar ook van die,welke zij met hunne Bondgenooten moesten onderhouden. Naa alles bijgebragt te hebben, wat kon dienen, om de goede trouwe der Spanjaarden verdagt te maaken , toonde hij , aan welk een gevaar zich het Gemeenebesr blootflelde met het fluiten van een afzonderlijk Verdrag. ,, Met welk een gelaad," vroeg hij, „ zal men, in eene gevaarlijke omflan-

digheid geraakende, de toevlugt neemcn tot ééns 9, verraade Bondgenooten ? " Eindelijk wees hij aan, dat eene Verbintenis met Frankrijk de zekerfte en hegtlie fteun was van het Gerneenebest. Alle deeze redenen droeg hij voor op den toon van een opregt Vriend , die alleen bedagt fchijnt op de belangen zijns Vriends, en hem uit zijnen iluimerflaap tragt optewekken door tedere en toegenegene beftraffingen. Hij wagtte zich wel, de gevoeligheid , welke de voortgang des Verdrags van de Staaten moest veroorzaaken , te laaten blijken. Hij geliet zich het, Gerneenebest te verontfchuldigen, en de fchuld geheel te werpen op de verhaasting yan eenigen der Gevolmagtigden. Hij Haagde niet ongelukkig. De Staaten bekragtigden het Slot-Artykel , en beloofden, niet dan éénpaarig met Frankrijk te zullen fluiten (*).

De Spaanfchen, een oplettend oog gevestigd houdende op de bedrijven van den Heer Servien , bleeven niet werkloos. Zij zonden, zo ras deeze van

Mun*

(«) ^ougeant, Tom» V, p. 7. S. Negtciat. fecr. IV„ y. aio»

Sluiten