Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

254

GESCHIEDENIS

Frederik Hendrik,

het Zwin, en andere Zeegaten , daar op uitkomende , van de zijde der Staaten zouden gefloten gehouden worden. —— De uitgeflrekifle vrijheid des Handels werd hun niet alleen toegedaan ; maar bij een afgezonderd Punt bedongen, dat de Ingezetenen der Ferêénigde Gewesten, in hunnen Handelen Vaart op de Landen -van Onzijdigen of Vrienden , niet zouden ontrust worden , om dat de Koning van Spmje met deeze Landen in vijandfchap was. Alleen zou het hun niet vrijflaan, verboden Waaren derwaards te voeren. Op Frankrijk in 'c bijzonder zou de Handel gedreeven mogen worden , gelijk te irooren , mits men geene Voortbrengzels van Spanje

derwaards bragt. 't Is waar, de Spaanfchen

hebben zedert deeze Vrijheid zoeken te bekorten, in bepaalden, in den jaare MDCL, het genot daar van ten opzigte van Schepen, na ^r^K^r/y^beflemd; doch zij hadden geen Oorlog, dan met dat Koningrijk, en het was daar voornaamlijk, dat de Zeehandelaars van 't Gerneenebest de vrugten dier Vrijheid [vonden inoogsten (*).

De belangen des Prinfen van Oranje werden bij dit Vredesverdrag niet vergeeten. De Spanjaarden hadden reeds Bezittingen van aanbelang aan Frederik Hendrik afgeflaan , en , om den jongen Willem overtehaalen, voegden zij 'er anderen nevens. Dnder anderen ftonden zij , ten zijnen behoeve , af

van

(*) Aitzema , Vredeh. bl. 354. Wicquef. I, p. 348» 349. Ii. p. 173. 174.

Sluiten