Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*

der NEDERLANDEN. 25?

noodzaaken; dat de Staaten, gehouden zijnde eenen algemeenen Vrede te doen fluiten, en Frankrijk font bij voldoening te bezorgen, geen afzonderlijken Vrede mogten aangaan ; dat de verpligting aan Frank* rijk zeer groot was , en men deeze moest erkennen door een ernstig bearbeiden van den Vrede tusfchen Frankrijk en Spanje ; dat zulks niet gefchied was naar behooren; dat men middelerwijl fprak van eeri Verdrag te bekragtigen, 't welk men niet zonder Frankrijk moest gefloten hebben: te minder, dewijl men voor het onderhouden van hetzelve thans geen anderen Waarborg hadt dan het woord en zegel des Konings van Spanje, dat is, van eenen Vijand, met wien men in fchijn verzoend was , doch die in de daad onverzoenlijk bleef; dat de geflotene Vrede nutloos was voor deeze Gewesten, vermida de Franfche en Spaanfche Legers de Grenzen van den Siaat zouden ontrusten , zo lang de twee Kroonen in Oorlog bleeven ; dat deeze Oorlog den-Koophandèl eri Scheepvaart ook ftremmen zou , en men zich hierom hoeden moest tegen het onvoorzigtig bekragtigen van een Verdrag , 't welk niet zonder ondankbaarheid en onregtvaardigheid getekend was (*). «,

In Gelderland waren de gevoelens verdeeld : die van Zutphen maakten veel zwaarigheids in het fluiten zonder Frankrijk, Alexander van der Capellen. Heer van Aartsbergen, onderfleunde die weigering op eenen Landsdag, over de Vredehandeling

ge-

(*) Wagémaar VaierUHijl. XL D. bl, 479; 483'-486. R 2

FREDERtk

Hendpjk,

Sluiten