Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. aór

den Oorlog te geraaken , zou het veeleer (trekken om dien te vereeuwigen , indien de Staat, volgens hetzelve, verpligt ware in den Oorlog te volharden, tot dat Frankrijk , wegens alle zijne eifehen , ook

buiten de Nederlanden , zou voldaan zijn. Zij

voegden 'er nevens, dat de Afgevaardigden niets verzuimd hadden , om eenen algemeenen Vrede te bewerken. Dat de Franfchen, een uitflel van veertien dagen verzogt hebbende, op den voorflag van de Knuit, de Spaanfchen dreigden, de geheele Onderhandeling aftebreeken, indien de Vrede tusfchen hen en de Staaten niet getekend was voor het verloop van dien tijd. Dit hadden zij niet kunnen weigeren , ten ware men verkoos , om Fi ankrijks wille, altoos in den Oorlog te blijven (*).

Dan , hoe glimpig deeze redenen ook zijn mogen , kan men niet naiaaten te erkennen , dat de Hollanders , ingenomen door de voordeelen , hun van de Spanjaarden aangeboden , te weinig belang fielden in de gemaakte Verdragen, en de erkentenis uit het oog verlooren. 'tls waar, dat de Franfchen , verrukt door de begeerte, om alle de verkreegene voordeelen te behouden, en 'er anderen bijtevoegen , de Onderhandeling fleepende hielden; doch hun gedrag was beftaanbaar met de Verdragen , tot dat de verdeeling der Nederlanden haar bellaj zou gekreegen hebben. Belang was beider roerzei, doch de Hólla n-

(*) Wicquef. I. p. 56. Preuv. ï. p. 204. Negociat. fecr. IV. p. 482. 492.

9

frederik Hendrik.

Aanmerkingenhierover.

Sluiten