Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 27?

waar de meeste Inwoonders Catholijken waren, drongen zij llerkst aan op het uitrooijen dier wangevoelens, en wilden, dat men geen minijversbetoonde voor den waaren Godsdienst, dan de Roomfchen voor hunne dwaalende begrippen (*).

In deczervoege lpraken en redenkavelden bovenal de Utrechtfche Leeraars , 't zij om lugt te geeven aan 't vuur van hunnen eigen ziedenden ijver, of ter onderlieuninge van hunnen Hoogleeraar Gisbertus Voetius, 't Hoofd der'Strenge en Onverdraagzaame Godgeleerden, en Kweekling van Gomarus. Deeze, geboortig van Hemden, betoonde een allerheetften ijvergloed voor den Hervormden Godsdienst. Onvermoeid was hij in 't preeken, achtmaal in ééne week betrad hij , te Heusden , den Kanfel. Zijne flrengheid van zeden lloeg de voorfchriften der burgerlijke welleevenheid in den wind, en bij 'tgemeene Volk ftondt hij in eene groote hoogagting. Allen , die zijue gevoelens niet omhelsden , droeg hij een doodlijken haat toe. De lof en bekwaamheden van anderen Honden hem in den weg : en , daar hij zich meest op de Godgeleerdheid en Taaien hadt toegelegd , kon hij niet wel dulden, dat anderen hunnen geest in ruimer kring lieten werken , en zich op de Wijsbegeerte bevlijtigden. Bovenal muntte hij uit ïn de gemoederen des Volks gaande te maaken en zijne Vijanden door de hand zijner Medehelperen ie vermoeijen, zelve niet in het ftrijdperktreedende,

dan

(*) Onpartijdige Chronijk, bl, 74.7p.84.85. S3

Frederik Hendrik.

Verregaandeijvjr van Voetius.

Sluiten