Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

956 GESCHIEDENIS

Willem Vh II.

aanzien Heten zich, in't eerst, hier door inneemen; doch de plompheid van 't verdichtzel itak, eerlang, elk in de oogen, en 't Schtödfcbrift werd , bij de veritandigen, met fmaad verworpen: het vondt bij hen zo weinig geloofs als het verlpreide gerugt, dat de Prins voorhadt, de Bank en derijkfte Kooplieden van gereede penningen te berooven , om met dezelven Koning Carel den II. op den Throon van Groot-

Brittanje teheriTellen. Het blijkt alleszins, dat

Amflerdam tot dit Verdrag, bij ',t welk de Voorregien der Stad ongefcbonden bleeven, kwam, uit inzigt van de onbefchnjfiijk groote nadeel.en, die het water, een groot gedeelte van Holland en Utrecht overftroomende,onve;inijde!ijk zouveroórzaaken ; uit vreeze voor den zwaaren krak, die den Koophandel dreigde; als mede, dat het toeneemen der inwendige verdeeldheid den pas verzoenden Vijand mogelijk gelegenheid zou geeven, om den Staat op nieuw aantetasten. Niet vreemd was ook de kommer, dat het wispeltuurig Volk, door een lang beleg tot gebrek aan leevensmïddeien gebragt, mogt omflaan, en 's Prinfen zijde kiezen. Men voege hier bij, dat het gedrag van anderen niet weinig toebragt, om Amfterdam handelbaarder te maaken. De Staaten van Holland, in (tede van geweld met geweld ie zoeken te keeren, zugtten over den aanflag tegen de Vrijheid. De Algemeene Staaten herriepen het Befluit niet, waar op zijne Hoogheid zijnen handel vestigde. Geen der andere Steden deedt zich op, om Amfterdam bijfland te bieden : Haarlem verlchafte veel toevoers aan het

Le-

Sluiten