Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S?e GESCHIEDENIS

woordingen , aangeboden (*). Misfchien zou hij de Opvolger van Willem den II. in de hooge Waardigheden geweest hebben, indien, eerst de verre gevorderde zwangerheid der Prinfesfe , en , kort daar op , de geboorte van een Prins , geene zeer gunstige voorwendzels vetfchaft hadden aan hun, die zich van deeze gelegenheid wilden bedienen, om eene verandering in de Regeering intevoeren. Want, indien het, van den eenen kant, billijk fcheen , dat Kind, wanneer het een Prins was, de hoope te laaten, v.ui de Waardigheden zijns overledenen Vaders te zullen bekleeden; washet, van den anderen kant, geenzins raadzaam , hem aan 't hoofd der Krijgsinagt en tot Stadhouder aanteftellen. 't Gerneene¬

best bevondt zich thans in eene omftandigheid, waar in het , zints deszelfs grondvesting , nooit geweest was. De Prinfen van Oranje hadden altoos Opvolgers naagelaaten' , in haat, om de aanzienlijke Posten , door hun dood ontruimd , te vervullen. Zo ras Willem de II. geitorven was, raadpleegden de AigetrWene Staaten over 't geen hen , in een zo kiesch tijdsgewricht , te doen ftondt. De vergadering duurde tot over middernagt: toen de klok twaalf uuren floeg, wilde de Heer van Gend , thans wegens Gelderland voorzittende, die plaats aan Holland inruimen ; doch de Afgevaardigden van dat Gewest begeerden, dat hij de raadplee^ingen vervolgde, dewijl zij voornamen , het Befluit op2ünaakeii, gelijk

gt

£*) Wicoüeï. Preuv, Tom. I, p. 772»

wïli em de II.

Sluiten