Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3S6

GESCHIEDENIS

Willem

be II.

't onnoodig , ze hier te lierhaalen: alleen aanmerkende , dat liet nooit op een vasten voet gebragt was (*). Maar boe kon men , onzeker zijnde ten opzigte van eene zaak van zo groote aangelegenheid, hoopen de éénigheid te bewaaren tusfchen Staa'en, wel is waar door den band des Bondgeuootfchaps aan elkander verbonden, doch ieder even zeerge':e;d op zijne eigene Oniifhanglijkheid en Oppennogenhtid ? De Groote Vergadering, ten hoofd - oogmerk hebbende, de gronden der Unie te bevestigen , kon piet nalaaten, over dit onderwerp te handelen.

De Friezen bedienden zich van deeze gelegen!} :id, om op de noodzaaklijkheid van het Stadhouderfchap in alle de Gewesten te herftellcn aantedringen , eene allergewrongenlte verklaaring geevende aan de uitdrukkingen van het IX. Anykel der Unie (r). Die van Holland aangemerkt hebbende, dat 'er niemand uit den Huize van Oranje was, in ftaatomhetStadhouderfchap te bekleeden , deeden de Friezen een voordel, zeer ftrijdig met de gevoelens , in vreegeren tijde door hen beweerd , -wegens de 01 V egehjkheid en het gevaar, om die Waardigheid over al e de Gtwesten aan één Perfoon optedraagen (§).

Zij

(*) P. Paulus Verkl. der Unie , I. D. bl. 73 enz. II. D. bl. 176-182. en lil. D. bl. 175. i7<>- 229- =3o. a"4Van der Kem? Aanmerkingen over de trerkl. der Unie van Utrecht, bl. 115.

CU Aitzema Herjlelde Leeuw, bl. 6a. M. D. bl 510. P. Paulus Va ld. der Unie, II. D. bl. 176.

(§ Zie dit ons Tafercel, hier boven.

Sluiten