Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

39°

GESCHIEDENIS

Willem

be Iï.

Het Capi tcin Generaalfchap al gefchaft.

fchillen, fchoon zij de vreemde uitlegging, door de Friezen aan het IX. Artykel der Unie gegeeven, niet goedkeurden (*). Dewijl, derhal ven, de Stadhouders tot geene Scheidslieden in de gefchillen konden veikoo?en worden , Ifelde men verfcheide andere middehn voor : veele raadpleegingen werden 'er over gehouden; doch men kon het niet ééns worden : zo dat men op de Groote Vergadering , ten aanziene van dit gewigtig fiuk , niets bepaalde (f). Men weet, dat deeze onzekerheid, nooit ten vollen weggenomen , aüe, de heiliooze gevolgen niet gehad heeft, welken daar uit fcheenen te zullen ontilaan; dat de middelen van zagtheid en overreding, fchoon onzeker en ongenoegzaam in zichzelven , uiiwerkzels gehad hebben, welken men van eene regtfpraa: ke, gewettigd om bellisfend teoordeeIen,zichnauwlijks zou kunnen belooven.

De Voorllanders van den Prins van Oranje gaven zich niet minder moeite, om hem het Capitein - Ge* : neraalfchap te bezorgen, toen men over de Militie handelde, dan zij gedaan hadden, om hem de Stadhouderlijke Waardigheid te doen verwerven , wanneer zij over de Unie fpraaken. De Prinfes Weduwe was , van den aanvang der Groote Fergadcringe af, reeds bekommerd geweest, dat deeze maa'regelen zou neemen, om het gezag van 't Pluis van Oranje

te

(*) Ait?^m\, lil. D. b!. 51a. Hcrftelde Leeuw , b!. 64. Capelle Gidenkf. II. D. bl.343(f) Aitzema, Herfl. Leeuw, bl. 183 189.

Sluiten