Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NE DERLANDEN, 397

huns oordeels, wel geen geweetensdwang invoeren, toaar behoorde men de Vergaderingen te dulden , die niet dan ten nadeele van den waaren Godsdienst konden gehouden worden , tot groot hartzeer der waare Geloovigen, en tot blijdfchap der valfche Broederen. 'Er werden Staaten gevonden , in wel. ken de verfcheidenheid van Godsdienst-oefening der Maatfchappije geene ftoorenis aanbragt. Doch voorbeelden zijn geen bewijzen: elk Volk heeft zijn bijzonder charaéler en eigenaartige gefteltenisfe : dusdanig eene Verdraagzaamheid was in deeze Landen onuitvoerhjk, en kon niet dan heilloos en fchadelijk weezen (*).

De Afgevaardigden der Synoden bleeven niet in gebreke, om kragtig aantedringen op Hellingen , zo gefchikt tot het wekken van hunnen ijver. Zij waren ter Groote Vergaderinge toegelaaten, dewijl men 't raaizaam oordeelde hen te hooren op een ftuk , 't welk hen zo na betrof. Lotsius , Predikant in den Haage, voerde het woord ftaande, en met ontdekten hoofde. Hij begon met aantemerken , dat de Kerk de Beminde van God was* die de Alpha is en de Omega, de eerjie en de laatfte ; dat Hij de Rijken verdelgt of bewaart, naar gelange deeze daar verdrukt of befehermd wordt. Zij moesten daarom Jerufalem boven alles verhef en, en het Geloof doen zegepraalen, zo als het op de Synodevan Dordrecht,

over-

(*)j Aitzema , III. D. bl. 502' 504. Herft. LeeuwA bh 55- 57VI. Deel. 2. St. \\

WlLtEM be II4

Aanfpraakvan Lotsius uit naam der Synoden.

Sluiten