Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eer NEDERLANDEN. 429

hebben kunnen heritelien, twijfelde men niet, of'er was niets gemaklijker , dan de Zeemagr der Engelfchen te vernietigen. Men mompelde zelfs , dat ze zich rooit weder tegen die der Staaten in Zee zou durven vertooncn. De talrijke aanhangers van het Huis van Oranje koesterden de ftreelendïte hoope-j maar de Hollanders d oorzagen alle de gevolgen, welken dit nieuw geiaad der dingen op de 's Lands Vrijheid zou kunnen hebben. Zij beklaagden de geestdrijverije der Engelfchen , wier oogen zij vergeefsch getragt hadden den blinddoek afteligten. Zij bemerkten, hoe ongelijk de kans, en hoe nadeelig dezelve was voor deezen Staat, die de rijkstgelaadene Koopvaardijfchepen , uit alle Werelddeelen , in Zee hadt, die blootftonden aan 't gevaar, om te vallen in de band eens Vijands , op wien zij geene andere Prijzen konden maaken dan van Koolfchepen, en anderen , van weinig waarde. Zij vonden zich in eenen toefland , zo benard als immer. Genoodzaakt het hoofd te bieden aan ontzaglijke buitenlandfche Vijanden, moesten zij binnen 's Lands op hunne hoede weezen , om eenen magtigen aanhang te bedwingen , die , onder voorwendsel van met ernst eenen Oorlog voorttezetteu , welken dezelve, zints tang, gezogthadt, zich van deeze oxnhandigheden zou bedienen , om de belangen des Prinfen van Oranje te bevorderen. De moed en voorzigtigheid , door de Staaten , in dit tijdgewricht , betoond , leveren een der treffendfre tooneelen op in VI. Deel 2. St. K de

Staatsie ege8-

Rino.

Sluiten